Toets een DGA-salaris aan art. 12a Wet LB 1964 voor de jaren 2023–2026: het vereiste loon is het hoogste van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer en het wettelijk minimum. De tool laat zien welk criterium bepalend is, hoe groot een eventueel tekort is en wat dat indicatief aan extra loonheffing kost.
Sinds 2023 kent het gebruikelijk loon geen doelmatigheidsmarge meer: het vereiste loon is precies het hoogste van de drie criteria, zonder korting. Daarmee verschuift de discussie van de marge naar de vraag welk criterium bepalend is — en dat is lang niet altijd het wettelijk minimum. Zodra er een werknemer met een hoger loon in dienst is, of zodra een vergelijkbare functie beter betaalt, tilt dat criterium het vereiste loon in één keer omhoog.
Bij deeltijd loopt het verder uiteen. Het vergelijkbare loon en het wettelijk minimum worden met uw arbeidsomvang meegewogen; het loon van de meestverdienende werknemer geldt als vaste referentie en schaalt niet mee. Een DGA op 60% kan daardoor uitkomen op een vereist loon dat hoger ligt dan het naar rato herrekende minimum. De tool zet de drie bedragen naast elkaar, merkt het bepalende criterium aan en legt de uitkomst vast met toolversie en datasetvintage, zodat de onderbouwing jaren later nog navolgbaar is.